Type hier je zoekopdracht

Logeren in een klooster: rust en taalles bij de broeders

Een klooster is een bijzondere plek, en zeker geen doorsnee ‘gastgezin’. Voor gasten die weg willen uit een druk, rumoerig asielzoekerscentrum is het een uitkomst. Zoals voor Ali, die er rust vindt en met behulp van broeder Max én de kinderbijbel Nederlands leert. 

Een sobere kamer in een klooster 
Ali woont sinds ongeveer twee maanden in Abdij Koningshoeven in Tilburg. In Turkije was hij twintig jaar docent, tot hij (vanwege het aanhangen van de Gülenbeweging) moest vluchten. Lopend en per boot trok hij naar Griekenland en tenslotte naar Nederland, waar hij zo’n tweeënhalf jaar geleden aankwam.   

Na een verblijf in verschillende azc’s woont hij nu sinds twee maanden in een gastenkamer bij de broeders in Tilburg. Het is een bijzondere, indrukwekkende plek: een historisch gebouw met grote ruimtes, hoge glas-in-loodramen en lange gangen. Het is er stil. Als Ali een korte rondleiding geeft, loopt hij er rond alsof het de gewoonste zaak van de wereld is. 

Ali logeert in een sober ingerichte kamer, met ruimte om te studeren en een eigen badkamer. Op het tafeltje naast zijn bed ligt een boek: een kinderbijbel. Eten wordt aangeboden in de keuken, dat kan hij opwarmen wanneer hem dat uitkomt. Hier staat niet het gevoel van familie voorop, maar ruimte voor jezelf, een rustige plek om bij te komen en een basis van waaruit je activiteiten kunt ondernemen.   

Gasten in de abdij 
Broeder Max is sinds begin dit jaar gastenbroeder van de abdij. Vanuit die rol zorgt hij voor de diverse gasten die in de abdij verblijven, waaronder twee gasten van Takecarebnb. Hij legt uit dat het contact met Takecarebnb tot stand kwam aan het begin van de oorlog in Oekraïne. “In die periode is de hele bovenverdieping vol geweest met Oekraïense vluchtelingen, van alle leeftijden; er stonden zelfs kinderfietsjes voor de deur – geen alledaags gezicht bij een klooster.”  

Na ongeveer een jaar waren de Oekraïense vluchtelingen naar andere plekken vertrokken. De abdij bood daarna ruimte aan theologiestudenten en ging vervolgens ook kamers aan statushouders aanbieden. “Vanuit medemenselijkheid, en vanuit het evangelie”, zegt broeder Max. Matchmakers Katelijne en Sjaak onderhouden het contact met de broeder en begeleiden de matches.  

Lezen in de kinderbijbel 
Voor Ali is het heel belangrijk om Nederlands te leren. Binnenkort gaat hij kennismaken met een taalmaatje, dan kan hij beginnen aan taalles via het wijkcentrum in de buurt. Hij oefent zelf Nederlands met studieboeken; niveau A1 heeft hij uit en hij is al in A2 begonnen. Sinds ruim een maand lezen broeder Max en Ali samen in een van twee kinderbijbels, zo’n vier keer in de week, een half uur voor een hoofdstuk.  

Ali laat zien hoe ze dat doen en leest een stukje voor uit het hoofdstuk ‘Jozef ziet zijn broers terug’ uit de Bijbel voor Kinderen. Broeder Max corrigeert soms zijn uitspraak, maar heel veel gaat al erg goed. Af en toe blijft Ali steken bij een woord, dat bespreken ze dan samen.  

Geboeide handen 
“Maandenlang,” legt broeder Max uit, “dat is meerdere maanden achter elkaar.” En “een bákker werkt in een bakkeríj.” Bij het woord ‘gevangenis’ stopt Ali ook even, dat roept iets bij hem op. Hij herhaalt het en maakt er een gebaar bij alsof zijn handen geboeid zijn – in Turkije zat hij negen maanden in de gevangenis, vanwege zijn overtuigingen.  

Broeder Max merkt op dat sommige woorden uit de verhalen niet heel alledaags zijn. ‘Aartsvader’ of ‘onderkoning’ bijvoorbeeld. Een uitdaging om uit te leggen. Ali herkent tijdens het lezen dingen die hij kent uit de Koran en zoekt ze op zijn telefoon op. De verhalen die ze lezen hebben veel overeenkomsten met verhalen uit de Koran, al verschillen de details.  

“Het Oude Testament en de Koran hebben dezelfde bron”, vertelt broeder Max. “Het christendom, de islam en het jodendom – de drie religies van Abraham – hebben dezelfde oorsprong, dat verbindt ze met elkaar. Je zou hopen dat dit ook voor verbinding zorgt, maar de praktijk is vaak helaas anders.”  

“Ik was achttien maanden in een azc, daar sprak ik alleen mijn moedertaal, geen Nederlands.” 

Ali is erg blij dat ze samen lezen. “Lezen is goed”, zegt hij. Hij wil heel graag goed Nederlands leren spreken, en werken of vrijwilligerswerk doen. “Ik was achttien maanden in een azc, daar sprak ik alleen mijn moedertaal, geen Nederlands.” Hij vindt alle verhalen die ze hebben gelezen mooi. De verhalen van Jozef en Kaïn en Abel spreken hem het meeste aan. Hij ziet daarin ook dingen terug die momenteel in de wereld gebeuren: “Oorlog. Strijd.”  

Verschillen mogen er zijn 
Ali is blij met de rust die het logeren in het klooster hem biedt: “Dit is een goede plaats voor mij, bij broeder Max. In het azc was het altijd druk en was er heel veel lawaai. Slapen kon ik niet, want mijn kamergenoot moest ’s nachts werken en dat hield me wakker. Hier is het rustig.”  

Broeder Max doet het graag, het lezen met Ali. “Het is leuk om de gelijkenissen tussen de versies van de verhalen te zien. Het Oude Testament is mijn vak, maar er gaat een nieuwe wereld voor me open. Het is mooi en ook heel leerzaam: vanuit mijn achtergrond weet ik wel dat er overeenkomsten en verschillen zijn, maar die worden nu heel concreet.”  

Hij ziet vooral overeenkomsten, maar, zegt hij: “De verschillen mogen er ook zijn. Verschillen zijn goed: zonder verschillen geen eenheid, want ze vullen elkaar aan.”